 |
Résidence Albert Ier
Met de bouw van de Résidence Albert Ier
wordt
net na Wereldoorlog II de aanzet gegeven om de Hubert
Frère-Orbanlaan
en haar relatief homogene 19de eeuwse bebouwing te veranderen in een
laan
vol residentiële flatgebouwen. Anno 2001 kan je stellen dat
dit proces zijn eindpunt nadert. Deze residentie werd in 1948
voltooid.
De verzorgde bekleding van het skelet met rode baksteen,
het uitkragende
middenstuk met op de hoogste verdieping 2 inspringingen met terrassen
en
de horizontale banden waarin de meeste ramen worden gevat, maken van
dit
modernistisch gebouw een uitzondering op de eerder grijze middelmaat
die
we langs beide zijden van het Koning
Albertpark
aantreffen. Het krullerige smeedwerk van de toegangsdeur
daarentegen
volgt minder de strakke vormgeving van de 8 bouwlagen tellende
Résidence
Albert Ier. Opvallend zijn ook de blinde
vensterpartijen
die op de beide wachtgevels werden aangebracht.
Binnenin hebben de flats een royale
plafondhoogte. Op de hoogste verdieping bevinden zich dan
weer evenveel kamers als er appartementen waren. Hierin kon de
meid overnachten.
Vlakbij vinden we Residentie Floreal (Hubert
Frère-Orbanlaan 513-528)
en Résidence Balmoral (Hubert Frère-Orbanlaan
375-391).
Beide flatgebouwen vertonen sterke verwantschap met de Résidence
Albert Ier en zijn van de hand van het
architectenduo
Emile Leus en Paul Gavel.
|