|
EGW-gebouw
Het gebouwencomplex van de Elektriciteits-, Gas- en Waterdiensten van
de
Stad Gent valt uiteen in drie delen. De lage voorbouw die met
zijn
zuilenpartij heel klassiek aandoet en het eigenlijke Propagandacentrum
bevatte. Er is de hoogbouw over 7 bovengrondse niveaus met
kantoren
voor administratie en directie. Tot slot is er een overdekte
zuilengalerij
met gesculpteerde fries die als magistrale entree voor het Koning
Albertpark fungeerde. Het ontwerp van Geo Bontinck voorzag in
een gelijkaardige kantoorvleugel langs de Franklin Rooseveltlaan.
Met de realisatie van het administratief complex in de jaren '90 werd
dit
idee hernomen maar werd ook het oorspronkelijke concept van de
parktoegang
onderuit gehaald.
Het Propagandacentrum werd in september 1956 in gebruik
genomen.
Jaarlijks grepen er enkele tentoonstellingen plaats om het gebruik van
huishoudtoestellen voor gas- en elektriciteit aan te moedigen. Er
kon niet rechtstreeks gekocht worden. In de showroom (26 op 13 m
en 8 m hoog) was er plaats voor 30 stands. Een mezzanine en een
conferentiezaal
vervolledigden het aanbod van de Gas- en Elektriciteitsdiensten van de
Stad Gent.
Dit onderdeel sluit met zijn klassiek-modernistische vormentaal op
boeiende
wijze aan op zowel de historiek van de omgeving (met ooit het
Zuidstation)
als de aanliggende bebouwing. De zuilen vind je meteen terug in
de
facades van het Graaf Van Vlaanderenplein (Capitole, ...). De
zuilengangen
vormen open gaanderijen en dragen 2 terrasbalkons. Het gewapend
betonskelet
rust op Franki-palen. Aan de buitenzijde zijn ze met Franse steen
bekleed. De glazen wanden zijn in 'wall-span' van geëloxeerd
duraluminium opgetrokken en werden aan de Preflexbalken
opgehangen.
Binnenin sieren sterrenbeelden het plafond.
Trapsgewijs wordt de overgang gemaakt naar het tweede deel van het
EGW-project.
Dit administratieve hoofdgebouw in Internationale Stijl was in 1960
klaar.
Aanvankelijk zou het slechts 5 bovengrondse bouwlagen tellen.
Maar op 3 juli 1958 werd een nieuwe bouwaanvraag met 2 extra bouwlagen
voor het in opbouw zijnde kantoorgebouw ingediend. Heel elegant
wordt trouwens het grote bouwblok op de eerste verdieping (het
directieniveau) doorsneden
met een uitspringend balkvolume dat achteraan lijkt te zweven.
In beide gebouwen is er een royaal gebruik van wit
Carrarisch en blauw
Belgisch marmer, Romeinse harde tufsteen en warmgetinte uitheemse
houtsoorten.
Het meubilair en behang werd door 'Knoll International Brussels'
geleverd.
Aan de buitenzijde wordt de toren met een vleugeldak bekroond.
Het meest bizarre onderdeel van het complex is uiteraard de overdekte
zuilengaanderij.
Bezoekers konden bovenop het terras wandelen en verpozen. Het
is bovenaan met een 27 meter lange gebeeldhouwde fries in witte steen
afgewerkt.
De voorzijde bevat een ontwerp van Jozef Cantré met een hulde
aan
de arbeid verricht door de Gentse bevolking. Op de achterzijde
kregen
Geo Verbanck en Gustaaf Vanden Meersche ook enkele vierkante meters ter
beschikking. Verbanck tekende voor de schilderkunst, bouwkunst,
muziek
en beeldhouwkunst en Vanden Meersche mocht elektriciteit, gas en water
zinnebeeldig voorstellen.
Na de privatisering van de EGW-diensten in 1986, werd het
gebouw amper
een jaar later terug eigendom van de stedelijke overheid. De twee
blokken werden via een nieuwbouw verbonden door architect Koen Van
Nieuwenhuyse
en in juli 1992 als Stedelijke Openbare Bibliotheek in gebruik genomen.
|