 |
Rijkslandbouwhogeschool
Dit statige gebouwencomplex behoorde oorspronkelijk tot de zelfstandige
Rijkslandbouwhogeschool. Ondertussen maakt het deel uit van de Faculteit
Landbouwwetenschappen van de Gentse RijksUniversiteit. Het werd tussen
1937 en 1940 opgericht langs de Coupure Links, op de hoek met de Ekkergemstraat.
Als architecten traden August Poppe (1867-1947) en G. Collin op.
Hun plannen waren bij het uitbreken van de oorlog in 1940 grotendeels gerealiseerd
en toen werden ook de eerste lokalen in gebruik genomen. Toch zouden
pas in juni 1946 de laatste leerstoelen een definitieve stek krijgen.
Het grondplan is min of meer U-vormig. De bijna 100 meter lange hoofdgevel
langs de Coupure wordt aangevuld met 2 zijvleugels van 60 meter lang.
Het gebouw is in gele baksteen opgetrokken. Voor de plinten is arduin
voor het hoofdvolume en bruine baksteen voor de zijgevels gebruikt.
Het sterk horizontaal gelede gebouw wordt verlevendigd door regelmatige
uitsprongen. Deze plaatsen wordt meestal verticaal geaccentueerd.
Overal duikt het getal 3 op. 3 vleugels, 3 verdiepingen, drie uitsprongen
per gevelzijde, zelfs de raampartijen zijn netjes door 3 deelbaar.
Tegelijk werden de portierswoning en de woning van de tuinier, een fietsenstalling
en een garage opgetrokken. Poppe en Collin ontwierpen in 1943 ook
nog een proefserrencomplex. De boom in de studentenpopulatie maakte
in de jaren '60 enkele uitbreidingen noodzakelijk. Er kwam in 1966
een studentenrestaurant en in 1967 volgde de 'Chemistry Building', waarvoor
Jules Trenteseau de plannen maakte.
|