 |
Ledegancktoren
Het eerste na-oorlogse hoogbouwproject van de RUG werd tussen 1959 en
1961
gerealiseerd. Architect en professor Jules Trenteseau ontwierp
het
gebouw voor de kandidaturen in de wetenschappen. De centrale
hoogbouw
telt 11 verdiepingen maar lijkt door zijn inplanting nabij het hoogste
punt van de stad veel hoger. Aannemer Van Coillie (Oostende)
voerde
de plannen uit.

Na de vernederlandsing van de RUG volgde in de jaren '30 een periode
van
intense bouwbedrijvigheid. Tijdens en na Wereldoorlog II, en
zelfs
nog in het merendeel van de jaren '50 viel elke bouwactiviteit nagenoeg
stil. Maar nadat anderhalf jaar eerder met de gebouwen van de
Letteren
en Wijsbegeerte op de Blandijnberg was begonnen, was het op 15 juni
1959
de beurt aan de Wetenshappen met de eerste steenlegging voor het
Ledeganckcomplex.
Toch dateerden de eerste ideeën hiervoor ook al van voor W.O.
II.
En meteen doken overal in de stad grootschalige universitaire
nieuwbouwprojecten
op.
In een eerste fase werd parallel met de Ledeganckstraat een gebouw voor
de Biochemie opgetrokken. 5 verdiepingen hoog, is het 28 meter
lang
en 13 meter breed. In een tweede fase was het de beurt aan de
hoogbouw.
De toren is loodrecht op de Ledeganckstraat ingeplant en bevat labos's
en practicumzalen. In de grootste zaal kunnen 180 studenten
tegelijk
de practica in de scheikunde volgen. Verwarming en ventilatie
kregen
van architect Trenteseau bijzondere aandacht. Alle kanalisaties
zijn
ondergebracht in centrale kokers naast elke kolom. De indeling
van
het gebouw in modules laat toe om in een minimum van tijd lokalen te
verruimen
of te verkleinen. Dezelfde soepelheid vinden we in de
buitengevel,
waar gesloten vlakken makkelijk in ramen en vice versa kunnen
omgetoverd
worden. Een hangbrug maakt het reinigen van de vensters
makkelijker.
Tussen beide gebouwen in bevinden zich 2 auditoria voor 5 à 600
studenten. Er is een brede verbindingsgang, parallel met de
straat,
die toegang geeft tot de auditoria maar ook als rust- en studieplek
voor
de studenten fungeert. De vestiaire in de inkomhal beslaat een
enorme oppervlakte en is op een indrukwekkende wijze afgewerkt met een
dozijn mozaïektableaus van Jean-Pierre De Vynck. Tot slot
werd in 1966 voor de laatste fase van het
project het pittoreske Botanisch Instituut gesloopt voor een nieuwbouw
voor de kandidatuurstudenten.
Naar aanleiding van de eerste steenlegging werd een
herinneringsmedaille
met op de keerzijde een afbeelding van het gebouw geslagen.
Kunstenaar
Emiel Poetou ontwierp de penning.
Jules Trenteseau ontwierp meer gebouwen voor de Gentse
universiteit
(het HILO, de 'Chemistry Building' voor de Landbouwwetenschappen,
enkele blokken van het AZ, ... ) en daarnaast tal van sociale
woningbouwprojecten in hoogbouw en het Bijlokeziekenhuis.
Jean-Pierre De Vynck ontwierp voor het Seminarie voor Experimentele
Psychologische en Sociale Pedagogiek / Experimenteerschool (Dunantlaan)
en het Studentenrestaurant 'De Brug' eveneens enkele wandtableau's.
|