 |
Stedelijk Stapelhuis
Het oorspronkelijke 'Koninklijk Stapelhuis voor de Vrije Wederuitvoer'
werd in 1844 tussen het Handelsdok en het Stapelplein gebouwd. Koning
Leopold I legde de eerste steen. Het robuuste gebouw was van de hand
van stadsarchitect Louis Roelandt en werd in een 'rondbogenstijl' opgetrokken.
Boogspanten van deur- en raamopeningen en de dakstructuur waren in ijzer.
Allicht werd slechts een eerste vleugel gerealiseerd en klopt de lithogravure
uit 1844 slechts gedeeltelijk.

In 1921 werd het Entrepot door een felle brand verwoest. Er werd
meteen tot de heropbouw overgegaan. De stedelijke technische diensten
o.l.v. Julius Van Volden kozen voor een sobere zakelijke stijl. Daarbij
werden de fundamenten van het oorspronkelijke gebouw hergebruikt en deels
verstevigd. Hierop werd een skeletconstructie van pijlers, balken
en welfsels uit gewapend beton opgetrokken. Ook voor de trappen en
de dorpels van ramen en deuren ging de voorkeur uit naar beton.
Aan de buitenzijde werd het gebouw deels met een cementbepleistering afgewerkt.
De ondernemers Van Kerkhove en Gilson voerden de werken uit.
Het functionele complex telt 9 traveeën aan de voorzijde. Opvallend
is de gesloten en verticale uitwerking van de strenge voor- en zijgevels
langs het Stapelplein. De achterzijde langs het Handelsdok is met
zijn lange en naar boven toe versmallende balkons zeer horizontaal en open
van sfeer. Langs deze zijde werden de goederen dan ook aangevoerd.
Ondertussen is het complex zijn op- en overslagfunctie verloren.
Het werd herdoopt tot Handelsdokcenter en bestaat volledig uit kantoorruimte.
|