|
UCO-toren
Met de bouw van het Bellevuecomplex koos Union
Cotonnière resoluut
voor het modernisme. Voor het eerst sinds de Boekentoren en het
flatgebouw Britannia kreeg de
Gentse skyline er een waardig broertje bij. UCO opteerde voor een
toplocatie langs de invalsweg die op termijn de autosnelwegen
Oostende-Brussel
en Antwerpen-Rijsel zou verbinden. Vlakbij volgden andere torens,
zoals Letha
en Praetoria, spoedig.

Voor het gebouw werden de blikken op het buitenland
gericht. Een
kantoorgebouw van een verzekeringsmaatschappij in Karlsruhe (Duitsland)
bleek voor de UCO-bestuurders ideaal als inspiratiebron. Theodor
Kelter (1907- ) en H. Feltes werden aangesproken om hun werkstuk in
Gent
te hernemen. Op 9 januari 1958 kregen zij de opdracht voor het
studieontwerp.
Op 14 februari werd een maquette voorgelegd die onmiddelijk 'de
algemene
goedkeuring dank zij haar oorspronkelijkheid en harmonische vormen
wegdroeg.'
   
De Gentse architect Rafaël Wieme (die toen ook
verantwoordelijk was voor de
urbanisatieplannen in Ledeberg) kreeg de opdracht de uitvoering ter
plaatse
technisch te leiden.
In mei 1958 kreeg de Brusselse aannemer Blaton de
aanbesteding
toegewezen.
Eind juli 1958 werden de laatste palen ingeheid. Begin augustus 1959
werden
de eerste bureaus in gebruik genomen en op 14 september 1959 waren alle
diensten in de Sint-Pietersnieuwstraat (het huidige rectoraatsgebouw
van
de universiteit) overgebracht.
Het gebouwencomplex vormde een grote vierhoek met een basis
van ca. 100
meter lengte. Het hoofdgebouw is in de hoogte opgetrokken en
verheft
zich los van deze basis. 14 betonnen pijlers dragen het
gebouw.
De meeste van deze kolommen zijn op de begane grond zichtbaar gelaten
(zowel
binnen als buiten). De toren heeft 14 niveaus, is 50 meter hoog
en
heeft een module van 1,80 meter. Beide gevels hebben een lengte
van
20 modules en zijn in "wall span" (= uitsluitend glas en aluminium)
vervaardigd.
  
In het gebouw van 22.000 vierkante meter bracht de N.V.
"Filatures et Tissages Union Cotonnière" haar administratieve en
commerciële diensten en haar afdelingen voor verkoopspromotie,
publiciteit en public-relations onder.
Het studieontwerp voor de tuinaanleg werd aan René
Péchère
toevertrouwd. Voor de binnenafwerking werden de firma's Knoll
International
Brussels, Stephane Jasinsky en Dangotte geraadpleegd.
  
Ruim 40 jaar was dit gebouwencomplex een gave en
toonaangevende
kantoorrealisatie binnen het Gentse na-oorlogse
architectuurlandschap. Het gebouw oversteeg het niveau van vele
inspiratieloze
functionele constructies door de wijze waarop de verschillende delen
zich
tot elkaar verhielden. Elk afzonderlijk bestanddeel van het
programma
(inkomhal, refter, auditorium, kantoorgebouw, proefspinnerij en
-weverij
op laboratoriumschaal) kreeg een afzonderlijk volume in een zuivere
modernistische
stijl.
In 1991 zorgde Jo Crepain voor een geslaagde en goed
doordachte
toevoeging die nationaal gelauwerd werd.
Sinds 2002 onderging de site ingrijpende wijzigingen. In februari
2002 werden alle oude gebouwen uit de 19de eeuw gesloopt voor een
grootschalig
maar weinig geïnspireerd kantorenproject van de architecten Ferre
Verbaenen en Xavier Donck en partners. Het project Zuiderpoort
voorziet
in ondermeer twee nieuwe torengebouwen en verwijdert alle bestaande
kleinschalige
volumes die voor een mooie wisselwerking zorgen tussen de hoge toren en
zijn omgeving. Zowel de overdekte gaanderij met karakteristieke
V-pijlers als het sfeervolle bijgebouw nabij
de ingang van de tunnel sneuvelden.
   
Bij de renovatie van de eigenlijke toren zelf werd dan weer
wel het originele ontwerp zoveel mogelijk gerespecteerd.
   
Theodor Kelter bouwde in Duitsland in de jaren '50 en '60
tal van kantoorgebouwen
voor banken en verzekeringsmaatschappijen. Vooral in Keulen
vinden
we ze uitgebreid terug langs de Ring.
    
Raphaël Wieme,
Ucotoren, UCO-building, Uco tower
|