Academisch Ziekenhuis - Universitair Ziekenhuis - Gent
 
Foto Thill (Brussel)

 

Academisch Ziekenhuis

Met de oprichting in 1930 van een 'Facultaire Studiecommissie voor het Academisch Ziekenhuis' zet de RUG een eerste stap naar een eigen ziekenhuisvoorziening.  Twee jaar later en na enkele bezoeken aan Europese universiteitsklinieken, is een eerste rapport met krachtlijnen beschikbaar.  Het ziekenhuis moest niet alleen een plek voor genezing, verpleging en verzorging zijn, maar ook uitgroeien tot een opleidingscentrum voor de Faculteit Geneeskunde. 

Foto ? 

Meteen werd ook gekozen voor een combinatie van blok- en paviljoensysteem met de klinieken, poliklinieken, sociaal-geneeskundige inrichtingen, technische diensten en instituten gegroepeerd in afzonderlijke gebouwen.  De centrale overheid gaf echter blijk van weinig interesse voor de Gentse plannen.  In 1935 werd een terrein van 50 ha. aan de rand van de stad aangekocht.  Groot genoeg om licht en lucht, groenvoorzieningen en eventuele uitbreidingsplannen mogelijk te maken.

Met de oprichting van CAVAZ (College van Architecten voor het Academisch Ziekenhuis) werd een volgende stap gezet.  CAVAZ bestond uit Henry van de Velde (1863-1957), Armand Cerulus (1895-1991), Jean-Norbert Cloquet (1885-1961), August Desmet (1887-1967) en Gustave Magnel (1889-1955).  Allen waren verbonden als hoogleraar aan de RUG en ook betrokken bij grote universitaire bouwprojecten als het Technicum, de Boekentoren en de Veeartsenijschool.

Van de Velde was voorzitter en verantwoordelijk voor de esthetische aspecten van het ziekenhuis.  Cerulus verzorgde het secretariaat en tekende de voorontwerpen.  Cloquet en Desmet stonden in voor ruwbouw en afwerking.  Magnel  stond de aannemers bij in het berekenen van het gewapend beton en de stabiliteit van de gebouwen.  In april 1936 werden de eerste voorstudies gepresenteerd.  Een groot centraal complex met aan de noordzijde een lang voorgebouw met de "tanden" van de poliklinieken, parallel hiermee de kliniekgebouwen aan de zuidkant en tussen beide in drie grote verbindingsvleugels voor de behandelings- en operatieblokken.

Vanaf maart 1937 werden de betonnen funderingen en het staalskelet aangebracht.  Ruim een jaar later verdween het skelet achter een bekleding van witte baksteen van Florizoone.  De complexiteit van het dossier, de verschillende aannemers en het uitbreken van Wereldoorlog II op 10 mei 1940 maakten de coördinatie van het project tot een hachelijke taak.  Vooral de (late) beslissing om de kelders tot een volwaardige verdieping uit te bouwen, zorgde voor vertraging.  In december 1942 vielen de werken volledig stil.  Na de oorlog werd zelfs een verkoop aan het Belgisch leger overwogen.  Pas in 1948 werden de werken voorzichtig hervat.   Verwaarlozing, leegstand en vandalisme hadden in de tussentijd duidelijk hun sporen nagelaten.

Op 13 oktober 1959 (!) werden de Kinderkliniek en Polikliniek I ingehuldigd.  Een jaar later volgden Kliniekgebouw I en Polikliniek II.

Het eigenlijke hospitaal met een capaciteit van 5 à 600 bedden is 195 meter lang, 15 meter breed, telt 7 verdiepingen en is ingedeeld in 3 gelijke delen met daartussenin ruime trapzalen en liften.  Voor de aanneming (ruwbouw en voltooiing) stond Bouwbeton nv (Meulebeke) in.

Architect J.L. Cnops tekende in 1958 voor het Betatron-gebouw en verrijkte in 1967 het UZ-patrimonium met een vrijstaande kapel.  De glasramen zijn naar een ontwerp van Harold Van de Perre (°1937) door het Gentse atelier Mestdagh in 1970 uitgevoerd.

Pas in 1970 raakte het volledige bouwprogramma afgewerkt.  Toen al bleek het gerealiseerde complex op de hoek van de De Pintelaan met de Zwijnaardsesteenweg te klein en werden een aantal uitbreidingen met nieuwe gebouwen gerealiseerd.  Anno 2002 telt het Universitair Ziekenhuis Gent ca. 1100 bedden.

Bron : De Universiteit bouwt : 1918-1940, 1991, 169 p., e.a.

Architectuur in Gent