



|
Watersportbaan
'De stedenbouwkundige aanleg rond de Watersportbaan wordt
tot op vandaag
nog steeds beschouwd als één van de betere grootschalige
C.I.A.M.-realisaties in Vlaanderen, waarbij gestreefd werd naar een
ideale
modernistische woonstad met een overvloed aan recreatieve
mogelijkheden.'
Zo staat het in Brepols' Architectuurgids Gent 1994 en we sluiten er
ons
graag volmondig bij aan.
Het was in het vooruitzicht van de Europese
roeikampioenschappen van
1955
(maar ook met het oog op de kandidatuur van België voor de
organisatie
van de Olympische Spelen in 1960) dat er vanaf 1953 terug plannen
gemaakt
werden voor de urbanisatie van de Neermeersen en de aanleg van een
watersportbaan.
Eerder al waren er allerlei projecten voorgesteld, maar die hadden
vooral
oog voor feestpaleizen en klassieke verkavelingen. Door het
graven
van de Nationale Watersportbaan Georges Nachez (2300 m lang, 76 m breed
en 2 m diep) kwamen enorme hoeveelheden grond vrij die aangewend werden
voor het ophogen van de onbebouwde maar vooral moerassige
Neermeersen.
Het finale kostenplaatje bleek onderschat waardoor er geen grote
tribune
voor de toeschouwers kwam. Een overdekt stedelijk sportcentrum en
een overdekt voetbalstadion bleven ook uit.
Voor de sociale huisvesting werd onder invloed van de
C.I.A.M.-principes
(Congrès Internationaux d'Architecture Moderne 1928-1956)
gekozen
voor concentraties van woningen in hoogbouw met 7 tot 19 bouwlagen,
waardoor
zoveel mogelijk openbare groene ruimte kon behouden blijven. In
totaal
kwamen er 1302 wooneenheden, gebouwd door de verschillende verzuilde
Gentse
sociale huisvestingsmaatschappijen. Elke maatschappij had zijn
eigen
architect.
De basisoppervlakte per appartement werd vastgelegd op 108
vierkante meter
(module 9 bij 12 m.). Voor alle wooneenheden werd gestreefd naar
een gelijke bezonning en het inbrengen van alle elementen van modern
comfort
(deurspreker, lift, badkamer, apart toilet, centrale verwarming, warm
water,
radio- en TV-antenne, overdekt terras en vuilstortkoker). De
appartementsblokken
werden op heipalen gefundeerd en in gewapend beton opgetrokken in een
zakelijke
modernistische stijl.
Naast de bewoning kwamen er eveneens twee winkelcentra
(ondertussen wat
verkommerd), een kleuterschool, een lagere school (de z.g. Bollekensschool),
een clubhuis voor de derde leeftijd en vier roeiclubhuizen. Bizar
genoeg werd voor de roeiclubhuizen het modernistische adagio los
gelaten
en houden ze het midden tussen werfketen en chalets met zadeldak in het
groen. Een bioscoopcomplex met wijkcentrum, kwam wel voor in het
eerste urbanisatieplan maar werd uiteindelijk afgevoerd. De
finale
afwerking van wegen en van de groenvoorzieningen gebeurde in 1965.
Sinds 1988 worden de appartementsblokken geleidelijk aan
gerenoveerd.
Bij meerdere projecten is het harde karakter van de gebouwen (bv. naakt
beton) ondertussen verzacht met gekleurde aluminiumpanelen en
post-moderne
bekroningen.
|